Op dinsdag 4 december 2007 diende ten overstaan van het gerechtshof te Leeuwarden het hoger beroep in de zogeheten verkrachtingszaak Oostrum.
Op 21 december 2006 is een 13-jarig meisje uit Oostrum nabij haar woonplaats verkracht. De rechtbank heeft cliënt bij vonnis d.d. 19 april 2007 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, na een eis van het OM van 42 maanden. Tegen het vonnis hebben zowel de verdediging als het OM appel ingesteld.
In hoger beroep wordt de man verdedigd door mr. Tjalling van der Goot.
Cliënt ontkent het hem ten laste gelegde.
Op initiatief van de verdediging is nieuw onderzoek verricht naar de DNA-sporen en de bandensporen. De resultaten van deze onderzoeken zijn door de verdediging ter terechtzitting overgelegd.
Op de buitenzijde van de schaamlippen is een gemengd DNA-profiel aangetroffen. Zowel prof. De Knijff van het Forensisch Labaratorium voor DNA-onderzoek (FLDO) te Leiden (die al eerder had gerapporteerd) als de heer ing. R. Eikelenboom van Independent Forensic Services te Hulshorst sluiten uit dat het cliënt is geweest die celmateriaal heeft achtergelaten dat is aangetroffen in het DNA-mengprofiel. Volgens prof. De Knijff moet het dus een andere persoon zijn.
Daarnaast is nabij de plaats van het delict een bandenspoor aangetroffen van de auto van cliënt. Cliënt heeft steeds aangegeven ruim twee weken voor het feit op deze plek te zijn geweest. Door de verdediging is nu een briefrapport van TNO overgelegd, waaruit volgt dat een bandenspoor in december op kleiige bodem zeer goed geconserveerd kan blijven mits de klei maar niet is uitgedroogd. De conclusie van TNO ondersteunt derhalve de stelling van cliënt.
Het verzoek van de verdediging om de zaak op basis van de huidige stukken is verworpen. Het hof heeft de behandeling van de zaak aangehouden tot vrijdag 1 februari 2008 om 11.00 uur. Het OM krijgt de gelegenheid om in samenspraak met de verdediging nadere vragen aan de deskundigen te stellen en zo nodig nader onderzoek te verrichten.
Het verzoek van de verdediging tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis werd afgewezen. Ook het verzoek om cliënt, al dan niet voorlopig, onder voorwaarden vrij te laten werd afgewezen. Cliënt blijft dus tot 1 februari a.s. gedetineerd.