Op 23 november 2007 diende ten overstaan van het gerechtshof in Leeuwarden het hoger beroep tegen een tweetal vrijspraken in de zogeheten lasergun-kwestie. De kantonrechters in Emmen en Sneek hadden verdachten van een snelheidsovertreding vrijgesproken omdat in strijd met de Aanwijzing van het openbaar ministerie de afstand van de agent met de lasergun tot de rijbaan niet was vermeld. Aldus kon niet worden vastgesteld volgens de rechters of de meting betrouwbaar was geweest.
Het OM had appel ingesteld. De verdachten worden bijgestaan door mr. Tjalling van der Goot.
Ter zitting werd een deskundige gehoord, te weten een senior docent aan de politie-academie. Deze stelde dat de afstand tot de rijlijn voor de betrouwbaarheid van de meting niet relevant is. Hoe verder de afstand tot de rijlijn, des te lager de gemeten snelheid. In feite is aldus, volgens deze deskundige, een grotere afstand tot de rijlijn louter in het voordeel van de verdachte.
Het OM eiste in de Sneker zaak een bewezenverklaring.
De verdediging bepleitte vrijspraak. Juist omdat bij een lasermeting geen controle achteraf mogelijk is (geen bon, geen foto, geen afdruk) en van essentieel belang is hetgeen één verbalisant stelt op de display van de lasergun te hebben waargenomen, moeten en mogen hoge eisen aan het proces-verbaal worden gesteld. Het moet voor de verdediging te controleren zijn of de gemeten snelheid op de display correct kan zijn. Daarvoor is van balng te weten welke positie de agent met de lasergun heeft ingenomen en op welke afstand hij van de rijbaan heeft gestaan. Nu het proces-verbaal hieromtrent geen duidelijkheid verschafte, is vrijpsraak bepleit.
Het hof doet op 7 december 2007 om 9.00 uur uitspraak.
De Emmense zaak is voor onbepaalde tijd aangehouden opdat de verbalisanten in die zaak ter terechtzitting uitleg kunnen geven over de interpretatie van een proces-verbaal van bevindingen, waarin in voor meerdere uitleg vatbare bewoordingen de positie van de agent met de lasergun is aangegeven.