Het gerechtshof te Leeuwarden heeft op 22 november 2007 de 46-jarige oud directeur van een huidenbedrijf te Leeuwarden veroordeeld - wegens het plegen van een omvangrijke fraude van € 15 miljoen - tot het verrichten van een werkstraf van 240 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Als bijzondere voorwaarde bij deze voorwaardelijke straf heeft het hof opgelegd de plicht om tot het ondergaan van elektronisch toezicht gedurende de eerste 6 maanden van de proeftijd.
Onze cliënt wordt bijgestaan door mr. Evert Kuiters.
De rechtbank te Leeuwarden had onze cliënt in 2005 veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar.
Aanvankelijk eiste het openbaar ministerie in hoger beroep oplegging van 2 jaren gevangenisstraf. De verdediging was echter van mening dat ieder belang van de cliënt en van de maatschappij zich tegen een onvoorwaardelijke detentie verzette en gaf het gerechtshof in overweging onze cliënt een gelijke straf op te leggen als de Rechtbank had gedaan bij de medeverdachten van de man. Indien het hof zou oordelen dat deze straf niet passend en geboden zou zijn onderzoek te doen naar de detentiegeschiktheid van de man. Dit gelet op de persoon en persoonlijke omstandigheden van de man. Het OM had zich tegen een dergelijk onderzoek verzet.
Het hof heeft een onderzoek naar de detentie (on)geschikheid gelast. Het advies cliënt detentieongeschikt te verklaren is door het hof werd overgenomen.
Het gerechtshof oordeelde dat gelet op de straffen van de medeverdachten, de omvang van de fraude en het straftoemetingsbeleid van het hof in dit soort zaken in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats zou zijn, echter gelet op bovenstaande conclusie meent het gerechtshof dat met deze straf kan worden volstaan.